De Zwarte Panter en het Wilde Kind
Ik weet nog precies waar ik zat. In de wachtruimte van een prachtig kantoorpand op de Zuidas in Amsterdam. Eigenlijk had ik helemaal geen zin. De functie leek me niets en ik was vooral gekomen omdat ik voor het UWV moest solliciteren.
Tot de deur openging... en ik hem ontmoette...
Het was niet dramatisch. Geen filmische slow motion, geen violen op de achtergrond. Maar toch verschoof er iets in mij. Ik voelde het direct. Niet in mijn hoofd, maar in mijn lichaam. Jarenlang heb ik geprobeerd onder woorden te brengen wat er die dag precies gebeurde. Was het verliefdheid? Herkenning? Thuiskomen? Of was het iets veel ouder dan dat?
Na mijn burn-out was mijn vertrouwen in mezelf vrijwel verdwenen. Door de manier waarop mijn vorige werkgever met mij was omgegaan, twijfelde ik aan alles: mijn kwaliteiten, mijn intelligentie, mijn plek op de arbeidsmarkt. Tijdens een van onze gesprekken zei hij: “Als mensen een hoepel op twee meter hoogte vasthouden en zeggen: spring, en jij springt maar haalt hem niet… ligt dat dan aan jou? Of aan degene die de hoepel vasthoudt?” Er gebeurde iets wat ik toen nog niet begreep. Ik voelde me eindelijk gezien. Na die woorden wilde ik maar één ding: hem omhelzen en nooit meer loslaten.
Mijn collega en ik noemden hem de Zwarte Panter. Hij had iets panterachtigs in de manier waarop hij door de gangen sloop. Ik viel als een blok voor zijn zelfverzekerdheid, intelligentie, humor en ambitie. Onder zijn begeleiding, en die van andere warme collega's, kreeg ik langzaam maar zeker weer vertrouwen in mezelf. Ik durfde steeds iets meer van mezelf te laten zien: mijn zelfverzekerdheid, mijn intelligentie, mijn humor, mijn ambitie en zelfs, af en toe, mijn boosheid.
Achteraf begrijp ik waarom ik zo voor hem viel. Ik dacht dat hij iets had wat ik miste. Pas jaren later ontdekte ik dat ik niet verliefd was geworden op iets wat alleen in hem leefde, maar op delen van mezelf die ik onderweg was kwijtgeraakt.
Hij was de eerste die mijn kwaliteiten echt zag. Misschien was dat precies waarom ik dacht dat ik zijn bevestiging nodig had. Ik projecteerde van alles op hem: het leven waar ik naar verlangde, het vertrouwen dat ik zelf was kwijtgeraakt en de veiligheid die ik buiten mezelf bleef zoeken.
Die onbeantwoorde verliefdheid bracht me zo hard bij mezelf dat ik wel hulp moest zoeken. Ik ontdekte hoe sterk mijn jeugd mijn volwassen relaties beïnvloedde en verdiepte me in trauma, hechting, systemisch werk, ademwerk, tantra en lichaamswerk. Niet omdat ik mezelf wilde verbeteren, maar omdat ik eindelijk wilde begrijpen waarom ik steeds opnieuw dezelfde dynamieken tegenkwam.
❤️
Reflectievraag
Welke kwaliteiten bewonder jij steeds opnieuw in anderen?
En wat als juist dié kwaliteiten al die tijd ook in jou aanwezig waren?