En jij dan?
Als jij net zo bent als ik, dan heb je waarschijnlijk een bijzonder talent. Je kunt situaties van alle kanten bekijken. Je begrijpt waarom mensen doen wat ze doen. Je ziet hun pijn, hun geschiedenis en hun goede bedoelingen. Dat maakt je warm, lief en vaak ook ontzettend diplomatiek.
Alleen... als het over jouw eigen leven gaat, kan diezelfde mooie eigenschap je enorm in de weg staan.
Want ik snap dat je je moeder begrijpt. Ik snap dat je begrijpt waar je vader vandaan komt. Ik snap dat je je kunt inleven in je partner.
Maar wie begrijpt jou eigenlijk?
Ik snap dat je voor je ouders zorgt. Dat je hard wilt rennen voor je baas. Dat je er bent voor je partner en hem steunt.
Maar wie zorgt er eigenlijk voor jou?
En misschien nog wel een belangrijkere vraag:
Doe jij dat zelf eigenlijk wel?
Een van de spannendste dingen die ik ooit heb moeten leren, was zeggen wat ík voelde. Niet wat de ander nodig had, niet wat handig was en ook niet wat de sfeer goed hield, maar wat er daadwerkelijk in míj leefde.
Maar eigenlijk zat daar nog iets vóór.
Vaak stond ik niet eens stil bij wat ík voelde of wat ík nodig had. Mijn aandacht ging automatisch eerst naar de ander. Pas veel later ontdekte ik dat ik mezelf al had verlaten, nog voordat iemand anders dat van mij vroeg.
Tijdens mijn burn-out werd die rode draad pas echt zichtbaar.
Vlak voordat ik instortte, zat ik aan het kerstdiner met mijn familie. Daar werd met een vinger naar mij gewezen als degene met een probleem, terwijl ik al jaren nuchter was en de alcohol, zoals altijd, rijkelijk over tafel vloeide. De enige vorm van steun was dat ze, op de paar momenten dat we elkaar zagen, een alcoholvrij drankje voor me in huis haalden. Verder werd er eigenlijk nooit gevraagd hoe het écht met me ging.
In mijn relatie kwamen we rond diezelfde tijd in een patstelling terecht. Mijn behoefte aan stabiliteit en veiligheid botste met zijn behoefte aan vrijheid. Wat ik toen nog niet begreep, was hoe diep die situatie ingreep op mijn lichaam. Achteraf weet ik dat ik op dat moment een emotionele flashback (PTSS) ervoer — iets waarvan ik destijds nog niet eens wist dat ik het had. Ik schoof mijn eigen gevoelens opzij en probeerde vooral te begrijpen wat er tussen ons gebeurde, terwijl ik me ondertussen enorm alleen, onveilig en verlaten voelde.
Tegelijkertijd kreeg ik op mijn werk, door een zeer verdrietige situatie, meerdere opdrachten erbij. Ik gaf bij mijn manager aan dat het op dat moment te veel voor me was, maar zijn reactie was: “Ooooh Jacqui, dit kan jij wel. Jij gaat dit gewoon héél goed doen.” Daarmee was voor hem de kous af.
Ik verzoop en niemand die het zag. Uiteindelijk zakte ik letterlijk in elkaar. Ik kon niet meer ademen.
Ik had mezelf jarenlang verlaten. Niet één keer, of alleen bij grote beslissingen, maar tientallen keren per dag. Iedere keer dat ik mijn gevoel inslikte. Iedere keer dat ik eerst naar de ander keek. Iedere keer dat ik dacht: Ach, maakt niet uit. Iedere keer dat ik doorwerkte zonder pauze te nemen, zonder te lunchen, zonder iets te drinken en soms zelfs zonder naar de wc te gaan.
Langzaam had ik mezelf zo beschikbaar gemaakt dat het bijna vanzelfsprekend was geworden dat ik er altijd was. Ik werd steeds minder gezien als iemand met eigen behoeften en steeds meer als degene op wie altijd een beroep kon worden gedaan.
Al dat ondersteunen. Altijd aardig zijn. Beleefd blijven. Me aanpassen. Altijd beschikbaar zijn. Het had mij niet gediend, maar uiteindelijk ook hen en onze relaties niet.
En misschien was dat nog wel het pijnlijkste: de stemmen van vroeger waren langzaam mijn eigen stem geworden.
Niemand hoefde nog te zeggen dat ik door moest gaan. Dat de voorkeuren van de ander belangrijker waren dan die van mij. Of dat mijn mening niet telde en ik dus beter kon zwijgen.
Dat deed ik inmiddels zelf.
Ik had zó lang geleerd dat mijn behoeften er niet toe deden, dat ik er zelf ook niet meer naar luisterde. Ik heb pas om hulp gevraagd toen het eigenlijk al veel te laat was.
Totdat mijn lichaam uiteindelijk zei:
“Voor mij maakt het wél uit.”
Voor mij begon de echte heling pas toen ik mezelf eindelijk net zo serieus nam als iedereen om me heen. Toen ik stopte met alleen maar begrijpen waarom anderen deden wat ze deden en mezelf dezelfde compassie ging geven.
Ik ontdekte dat ik pas echt kon voelen wat ík nodig had toen ik ruimte maakte voor mijn verdriet, mijn woede en mijn rouw. Pas toen ik niets meer uit de weg ging, ontstond er langzaam liefde voor mezelf.
Herstel begint dus niet met nóg beter voor anderen zorgen of de ander nóg beter begrijpen.
Het begint op de dag dat jij jezelf eindelijk net zo serieus neemt als iedereen om je heen.
Want misschien wacht er al die tijd al iemand op jouw aandacht.
Jij.
❤️
Reflectievraag
Wat zou er veranderen als jij jezelf net zo serieus zou nemen als de mensen om je heen?