Is iedereen ineens een narcist?

De laatste jaren lijkt het alsof iedereen ineens een narcist is.

Een vervelende baas? Narcist.

Een ex die vreemdging? Narcist.

Een moeder die nooit sorry zegt? Zéker een narcist.

Maar klopt dat eigenlijk wel? Want niet alles wat narcistisch gedrag lijkt, is ook daadwerkelijk narcisme.

Want iemand kan defensief zijn, nooit excuses maken, slecht luisteren, projecteren en emotioneel onbeschikbaar zijn zonder een narcistische persoonlijkheidsstoornis te hebben. Ik zal zelf de eerste zijn om toe te geven dat ik veel van het bovenstaande óók heb gedaan, juist bij de mensen van wie ik hield. Toch ben ik verre van een narcist.

Goede mensen doen soms domme of pijnlijke dingen, vaak uit angst en / of onkunde, maar dat maakt hen niet fout.

Hoe langer ik op deze aardschool rondloop en mensen spreek, hoe meer ik leer dat werkelijk iedereen pijnlijke ervaringen heeft meegemaakt en zich daaraan heeft aangepast. De één leert zichzelf groter te maken om de pijn of het gevoel slachtoffer te zijn niet meer te hoeven voelen. Een ander maakt zich juist kleiner, zodat de ander — of het leven zelf — hem of haar geen pijn meer kan doen. Vaker nog wisselen we deze strategieën af, afhankelijjk van de situatie, om zo zoveel mogelijk in liefde en veiligheid te leven. 

Uiteindelijk raken we vaak allemaal verstrikt in onze eigen overlevingsstrategieën.We dragen maskers en ons gedrag komt vaak voort uit ons innerlijke kind dat zich veilig probeert te voelen in deze grote, soms verwarrende wereld.

Niet uit liefde, maar uit angst.

Ik heb daarom zelf uiteindelijk veel meer gehad aan het begrip: Emotionele onvolwassenheid.

We worden allemaal geboren in een bepaald gezin, in een bepaalde tijd en met een bepaald temperament. Niemand kiest bewust zijn familiesysteem. Toch worden we er allemaal door gevormd. Persoonlijk geloof ik dat ieder familiesysteem zowel schaduwkanten als gaven met zich meebrengt. Welke daarvan door jou heen bewegen, heb je niet voor het kiezen. We hebben te roeien met de riemen die we hebben. Daarom probeer ik zelf steeds minder in 'goede' of 'slechte' mensen te denken, maar meer in verschillende niveaus van bewustzijn, emotionele ontwikkeling en zelfreflectie.

Bij een narcistische persoonlijkheidsstoornis is zelfreflectie vaak ernstig beperkt. Daardoor zoeken mensen zelden hulp uit zichzelf en is verandering meestal veel moeilijker dan bij emotionele onvolwassenheid, maar de meeste mensen zijn gewoon mensen op verschillende paden en niveaus van ontwikkeling.

Het grote verschil tussen deze mensen zit hem dus in zelfreflectie.

Kun je eerlijk naar jezelf kijken en zeggen:

"Ja. Dit heb ik gedaan. Dat was niet oké. Het spijt me dat ik je daarmee pijn heb gedaan."

Wat mij misschien nog wel het meest hielp tijdens mijn herstel, was ontdekken dat ik helemaal niet de enige was. Toen ik boeken begon te lezen over emotioneel onvolwassen ouders, las ik zinnen waarvan ik dacht: dit kan niet, dit zijn letterlijk de woorden die mijn ouders gebruikten! Het voelde bijna alsof er een oud script werd voorgelezen. Voor het eerst voelde ik me niet meer gek. Ik bleek niet de enige te zijn. Over de hele wereld groeiden kinderen op met ouders die bijna dezelfde zinnen gebruikten. Niet omdat ze allemaal slechte mensen waren..., maar omdat onbewuste overlevingspatronen zich verrassend vaak op dezelfde manier uiten. Ik begon te zien hoe oude patronen en onbewuste overlevingsmechanismen zich van generatie op generatie kunnen herhalen. En juist dát hielp mij om hun gedrag steeds minder persoonlijk te nemen. 

Voor mij voelt het woord 'narcist' vaak als een eindstation. Alsof het gesprek ophoudt zodra het label geplakt is. 'Emotionele onvolwassenheid' voelt anders. Niet zachter, maar menselijker.  Het laat ruimte voor verantwoordelijkheid, bewustwording en – als iemand daarvoor openstaat – groei.

Dat betekent niet dat gedrag geen gevolgen heeft. En dat betekent niet dat iemand veilig is. Of dat je contact moet houden. Of dat je geen grenzen mag stellen.

Maar het betekent voor mij wel dat je altijd probeert de mens achter het gedrag te blijven zien. Niet omdat het minder pijnlijk maakt, maar omdat het meer verklaart. En omdat het ruimte laat voor iets waar ik heel erg in geloof: groei. Ik wil begrijpen waarom iemand doet wat hij doet, zonder daarmee de gevolgen van dat gedrag te ontkennen. Ik wil dus narcisme niet ontkennen, maar ik wil voorkomen dat mensen elkaar reduceren tot een label.

Want als iemand eenmaal zegt:"Hij is een narcist." Dan stopt vaak de nieuwsgierigheid.

Terwijl veel interessanter is:"Wat zie ik eigenlijk gebeuren?"

Dat vind ik misschien wel één van de mooiste definities van volwassen liefde. Niet alles goedpraten. Niet alles veroordelen. Maar nieuwsgierig genoeg blijven om de mens achter het gedrag te willen zien, terwijl je tegelijkertijd goed voor jezelf en het kleine meisje of jongetje in jou blijft zorgen.

❤️

Reflectievraag

Welke mensen in jouw leven heb jij al een label gegeven?

En wat gebeurt er als je jezelf afvraagt: "Wat zou er onder hun gedrag kunnen liggen?