⚠️ Let op: Op deze pagina deel ik persoonlijke ervaringen met ongezonde relatiedynamieken, waaronder emotioneel en fysiek grensoverschrijdend gedrag.
Zorg goed voor jezelf tijdens het lezen en voel je vrij om op elk moment een pauze te nemen.
Waarom blijf ik teruggaan?
Dat is misschien wel de vraag die bijna iedereen zichzelf stelt zodra hij of zij zich eindelijk aan een ongezonde dynamiek heeft weten te ontworstelen.
Waarom voelt het zo ontzettend moeilijk om weg te stappen?
Waarom voelt het, als je eindelijk de deur achter je hebt dichtgetrokken, alsof er nog steeds onzichtbare touwtjes aan je vastzitten?
Waarom blijf je hoopvol denken:
Misschien als ik deze keer...
Waarom blijft een ongezonde relatie – of dat nu met familie, een (ex-)partner of een vriendschap is – zo verslavend voelen? Waarom blijft die aan je trekken?
Dit gaat niet alleen over liefdesrelaties. Het kan net zo goed gaan over familieleden die je niet met respect behandelen, vriendschappen die je leegzuigen, eenzijdig zijn of oppervlakkig blijven, of een werkomgeving waarin je jezelf steeds opnieuw verliest. De dynamiek is vaak verrassend hetzelfde.
Het antwoord verraste mij.
Ik bleef niet teruggaan omdat ik zwak was. En ook niet omdat ik niet zonder de ander kon.
Ik bleef teruggaan omdat mijn zenuwstelsel zich jarenlang had aangepast aan een dynamiek die inmiddels vertrouwd voelde.
Ik weet het nog goed. Tijdens een relatie in mijn tienertijd ging hij vreemd, loog en gebruikte hij soms geweld.
Die eerste keer overviel me compleet. Ik woelde voor de grap door zijn haar en voor ik het wist kreeg ik een kopstoot.
Hij had direct spijt en ik geloofde hem. Het was vast niet expres.
De tweede keer ging ik tegen hem in en was het vast mijn eigen schuld.
De derde keer geloofde ik zijn excuses al niet meer. Ik liet alleen niet meer merken dat het me pijn deed.
Uiteindelijk eindigde het er, als ik hem met zijn gedrag en leugens confronteerde, vaak mee dat ík uiteindelijk huilend mijn excuses aanbood. En als ik eindelijk de moed had gevonden om de relatie te beëindigen, ging ik uiteindelijk toch weer terug als hij huilend smeekte om nog een kans.
Meestal begon dan een paar weken later alles weer opnieuw.
Want het was niet alleen mijn zenuwstelsel...
Het was ook de hoop dat het deze keer anders zou zijn. De overtuiging dat liefde iets was waar je hard voor moest werken. Mijn hoofd wist allang dat ik weg moest blijven, maar mijn lichaam wist alleen nog niet hoe. Bovendien raakte ik in die periode steeds meer geïsoleerd. Mijn wereld werd kleiner, waardoor het ook steeds moeilijker werd om afstand te nemen.
Later begon ik me af te vragen waar die overtuiging eigenlijk vandaan kwam. Dat bracht me uiteindelijk terug naar mijn jeugd.
Als kind had ik geleerd dat liefde iets was wat je moest verdienen door je aan te passen. Dat nam ik mee mijn volwassen leven in.
In relaties werd dat: Misschien als ik nog beter communiceer... Misschien als ik nog meer boeken lees... Misschien als ik mijn hart nog verder open...
Misschien als ik deze keer... dan komt het misschien alsnog goed.
En na een breuk bleef precies diezelfde gedachte terugkomen: Misschien als ik deze keer...
Pas veel later zag ik dat al die gedachten eigenlijk voortkwamen uit dezelfde overtuiging: De oplossing ligt bij mij.
En ergens gaf die overtuiging ook houvast, want als de oplossing bij mij lag, dan had ik tenminste nog invloed. Het gaf me een gevoel van controle.
Ik bleef zoeken naar iets wat ík anders kon doen. Pas veel later ontdekte ik dat niet alles van mij was om op te lossen. En dat ik, door steeds in dat gat te springen, de ander ook niet de ruimte gaf om zelf verantwoordelijkheid te nemen of met een oplossing te komen.
Toch was dat niet het hele verhaal.
Want als het alleen maar slecht was geweest, was ik waarschijnlijk veel eerder weggegaan.
Juist dát maakte het zo verwarrend. Er waren ook mooie momenten. Er werd gelachen. Er was verbinding. Er waren excuses. Er was hoop.. Soms zelfs oprechte liefde.
Ik bleef me richten op de potentie. Op de momenten waarop alles wél goed voelde. Achteraf zie ik dat ik mijn aandacht vooral richtte op de tachtig procent die goed leek te gaan, terwijl ik de twintig procent die mij werkelijk beschadigde steeds kleiner maakte.
Tot ik besefte dat één kopstoot niet wordt uitgewist door honderd lieve momenten. Eén grensoverschrijding blijft een grensoverschrijding.
Voor iemand anders is dat misschien geen kopstoot, maar een vernederende opmerking. Steeds weer over je grenzen gaan. Je klein maken. Of keer op keer niet gezien worden. De vorm verschilt. Het patroon vaak veel minder.
Liefde en veiligheid worden niet bepaald door hoe mooi de goede momenten zijn, maar door wat er gebeurt wanneer het moeilijk wordt.
Hoe word jij behandeld wanneer je een grens aangeeft, verdriet hebt, kritiek uit of het ergens niet mee eens bent?
Dat zegt uiteindelijk veel meer over de veiligheid van een relatie dan alle gezellige momenten ervoor.
Veiligheid zit niet in de uitzonderingen. Veiligheid zit in het patroon.
Er moest eerst iemand zijn om te beschermen
Lange tijd dacht ik dat mijn probleem was dat ik geen grenzen kon stellen, nu denk ik daar anders over.
Mijn probleem was niet dat ik geen 'nee' kon zeggen. Mijn probleem was dat ik diep vanbinnen nog niet voelde dat ík het waard was om beschermd te worden.
Want als je dat niet voelt... dan kun je honderd boeken over grenzen lezen. Je kunt leren hoe je "nee" zegt. Je kunt precies weten wat gezond gedrag is. Maar zolang je diep vanbinnen niet voelt dat jouw gevoelens, jouw leven en jouw grenzen net zoveel bestaansrecht hebben als die van ieder ander, blijft dat "nee" wankel.
Voor mij begon dat pas te veranderen toen mijn lichaam zich langzaam weer veilig genoeg voelde om grenzen niet alleen te begrijpen, maar ook te voelen.
Ik dacht altijd dat grenzen iets mentaals waren, iets wat je bedacht. Inmiddels weet ik dat je ze ook kunt waarnemen in je lichaam.
Mijn buik weet het vaak eerder dan mijn hoofd.
Mijn adem verandert. Mijn schouders spannen zich aan. Ik houd mijn adem in. Mijn kaak klemt. Er komt onrust.
Of juist een gevoel van ruimte en ontspanning. Mijn lichaam geeft vaak al lang een signaal voordat mijn hoofd begrijpt wat er aan de hand is.
Eindelijk doet mijn 'rode vlag-alert' het ook. En dát maakt mijn leven een stuk eenvoudiger.
Vertrouwd is namelijk niet hetzelfde als veilig. Dat verschil moest ik niet alleen begrijpen, maar ook leren herkennen in mijn eigen lichaam.
Veiligheid begint niet bij de ander. Die begint bij de relatie met mezelf.
Dat betekent niet dat ik nooit meer twijfel, maar tegenwoordig herken ik de signalen veel eerder.
❤️
Reflectievraag
Waar in jouw leven blijf jij hopen dat het deze keer anders zal zijn?