Waarom je lichaam vaak wijzer is dan je hoofd

In mijn vorige verhaal schreef ik hoe mijn lichaam uiteindelijk zei: “Voor mij maakt het wél uit.”

Maar hoe kan je lichaam eigenlijk iets weten wat je hoofd nog niet begrijpt?

Als ik terugkijk, stond mijn lichaam aan het begin van bijna alle grote ommezwaaien in mijn leven.

Toen ik begin dertig was, werd ik met heel veel tegenstribbelen van mijn werk naar huis gestuurd. Ik was zwaar overspannen. Ik sliep nauwelijks nog, stond continu aan, had wallen tot op mijn knieën en mijn hele rechterschouder stond in brand. Toch probeerde ik de signalen van mijn lichaam zoveel mogelijk te negeren. Ik paste mijn sociale leven aan zodat ik vooral mijn werk kon blijven doen. In plaats van stil te staan bij wat mijn lichaam mij probeerde te vertellen, bleef ik doorjagen.

Ik zag de verbinding niet tussen de stress op mijn werk, mijn familiesysteem en de plek waar ik woonde. Destijds woonde ik in een studentenhuis waar mijn grenzen voortdurend werden overschreden.

Zelfs toen mijn psychologe voorzichtig probeerde de diepere laag aan te raken, kwam dat letterlijk niet binnen. Voor mij was het verhaal simpel: het was druk op mijn werk en de werksfeer was niet fijn. Dat mijn lichaam misschien reageerde op veel meer dan alleen mijn baan, was toen nog vijf bruggen te ver.

Pas zes jaar later, toen ik me begon te verdiepen in hechtingsstijlen en oude patronen, dacht ik ineens: Ooooh... dát probeerde ze mij toen al duidelijk te maken.

Tien jaar later leek mijn leven eindelijk op orde. Ik had een eigen koopwoning, een baan waar ik met plezier naartoe ging, warme collega's en eindelijk een salaris waarmee ik niet alleen prettig kon leven, maar ook kon sparen.

Eindelijk voelde ik me veilig.

Dacht ik.

Ondertussen werkte ik, zeker tijdens corona, structureel veel te hard. Ik ging nauwelijks op dates; liefde had geen plek in mijn leven. Ik sportte zes dagen per week, at ultragezond en ging nooit op vakantie. Alleen op reis gaan durfde ik niet en bovendien vond ik het te duur. Mijn wereld werd steeds kleiner, al had ik dat zelf nauwelijks door.

Pas achteraf zie ik hoe geïsoleerd ik eigenlijk leefde. Ik voelde me eenzaam, maar zag niet hoe streng ik voor mezelf was geworden. Alsof ik voortdurend iets moest presteren om goed genoeg te zijn. Die kritische stem probeerde ik 's avonds stil te krijgen met wijn of prosecco.

Tot mijn lichaam opnieuw ingreep.

Na het drinken werd ik vaak na twee uur slaap wakker met een bonzend hart en een hoofd dat niet meer uitging. Soms waren de paniekaanvallen de volgende dag zo heftig dat ik in paniek de ambulance belde.

Natuurlijk probeerde ik eerst weer van alles. Minder drinken. Alleen in het weekend. Alleen bepaalde wijn.

Maar uiteindelijk maakte het niets meer uit. Zelfs na één of twee glazen reageerde mijn lichaam al.

Achteraf zie ik die paniekaanvallen als een liefdevol, maar heel duidelijk signaal. Alsof mijn lichaam zei: “Lieverd... ik weet niet waar jij denkt mee bezig te zijn, maar dit is niet jouw leven.”

Een collega, die ook begrafenisondernemer was, zei ooit iets wat ik nooit meer ben vergeten:

“Jacqueline, jij bent niet bang om dood te gaan. Jij bent bang om te leven.”

Ik begreep daar toen niets van. Want dit was leven toch?

Werken. Eten. Sporten. Slapen. Repeat.

Gelukkig zocht ik hulp. Niet omdat mijn hoofd overtuigd was, maar omdat mijn lichaam me geen andere keuze meer liet. Wat een geluk dat ik precies op de plek terechtkwam waar ik niet alleen leerde stoppen met drinken, maar ook langzaam leerde hoe je werkelijk kunt leven.

Dat betekende niet dat mijn leven meteen makkelijker werd. Integendeel. Ik moest leren loslaten. Mijn controle. Uiteindelijk ook de baan waar ik ondanks alles ontzettend van hield. Gewoontes die me ooit hadden geholpen, maar inmiddels niet meer bij me pasten. En soms ook mensen.

Dat was verdrietig en soms heel eenzaam.

Maar ondertussen gebeurde er nog iets anders. Ik leerde niet alleen mezelf kennen. Ik leerde mijn lichaam kennen. Steeds meer ontdekte ik dat mijn lichaam niet tegen mij werkte, maar vóór mij. Dat het me al die jaren signalen had gegeven.

Via pijn. Via ziekte. Via vermoeidheid. Via emoties.

Maar óók via energie, enthousiasme, verlangen en momenten van diepe vreugde.

Langzaam ontdekte ik dat mijn lichaam al die tijd mijn kompas was geweest. Hoe vaker ik daarnaar luisterde, hoe meer ik zakte.

Uit mijn hoofd. Mijn lichaam in. Mijn leven in.

Alsof ik eindelijk wortels begon te groeien op plekken waar eerst alleen maar leegte was.

Mijn hoofd was jarenlang op zoek geweest naar verklaringen. En dat hielp me ook. Begrijpen gaf me houvast. Ik probeerde mezelf veilig te dénken.

Maar mijn lichaam vroeg al die tijd iets veel eenvoudigers:

“Voelt dit veilig?”

Steeds vaker ontdek ik dat mijn lichaam al wist wat mijn hoofd nog probeerde te begrijpen.

Mijn grootste reis was niet van mijn hoofd naar mijn hart.

Mijn grootste reis was van leven vanuit mijn hoofd...

naar wonen in mijn lichaam.

❤️

Reflectievraag

Wanneer voelde jij voor het laatst dat je lichaam eigenlijk al wist wat je hoofd nog niet wilde toegeven?