Zeytin Ağacı en de echo van een oorlog
Een van mijn lievelingsseries op Netflix is Zeytin Ağacı (The Other Self). De serie volgt drie onafscheidelijke vriendinnen die naar een kustplaatsje in Turkije reizen nadat bij één van hen kanker is vastgesteld. Daar komen ze in aanraking met spirituele genezing en familieopstellingen, waardoor ze worden geconfronteerd met onverwerkte trauma's uit hun familiegeschiedenis.
Deze serie heeft mij meer dan eens nieuwe inzichten gegeven in mijn eigen leven en relatiedynamieken. Door de jaren heen heb ik in tientallen opstellingen dingen meegemaakt die ik met mijn hoofd niet kan verklaren. Voor mij bestaat er geen twijfel meer dat er in een familie iets wordt doorgegeven wat verder gaat dan alleen verhalen of DNA.
In de spirituele psychologie en de biologie wordt er op twee verschillende manieren gekeken naar het idee dat we energetisch en via ons DNA tot 7 generaties terug worden beïnvloed. Tot zeven generaties terug gaat het om maar liefst 254 voorouders die hebben bijgedragen aan jouw bestaan.
DNA: Je erft 50% van je DNA van je ouders, 25% van je grootouders en uiteindelijk ongeveer 0,78% van één specifieke voorouder uit de zevende generatie.
Epigenetica: Onderzoek laat zien dat ingrijpende gebeurtenissen, zoals oorlog, trauma of hongersnood, invloed kunnen hebben op de manier waarop genen tot expressie komen. Een deel van die veranderingen kan worden doorgegeven aan volgende generaties.
Naast deze biologische kijk bestaat er binnen de systemische psychologie nog een andere benadering. In familieopstellingen (grondlegger Bert Hellinger) wordt gewerkt met het 'energetische veld' of het 'wetende veld' van een familie.
Het familiesysteem: Dit principe stelt dat een familie een levend energetisch systeem is. Als iemand in de afgelopen 7 generaties is buitengesloten, vroeg is overleden, te maken kreeg met oorlog, of een groot geheim met zich meedroeg, raakt het systeem uit balans.
Onbewuste loyaliteit: Een kind of kleinkind dat generaties later wordt geboren, kan onbewust de pijn, schuld of het verdriet van die voorouder gaan 'dragen' om de balans in de familie te herstellen. In Zeytin Ağacı zie je hoe de personages door middel van deze opstellingen ontdekken van wie in hun stamboom de pijn eigenlijk is, zodat ze het energetisch kunnen teruggeven en zelf vrij kunnen leven.
Misschien denk je nu: dat speelde zich af in Turkije, daar is natuurlijk veel gebeurd door oorlogen en volksverhuizingen. Maar hoe zit dat eigenlijk met Nederland?
Tijdens de Eerste Wereldoorlog stonden duizenden Nederlandse militairen maandenlang gemobiliseerd langs de grens. Daarna volgde nog de Tweede Wereldoorlog, die diepe sporen naliet in vrijwel iedere familie. Als je uitgaat van het idee dat ervaringen van zeven generaties nog doorwerken in een familiesysteem, hoe zit dat dan met slechts twee generaties terug?
Eigenlijk behoren veel van onze ouders – of, als je jonger bent, je grootouders – tot de tweede generatie oorlogslachtoffers. Want ook al werd er niet veel over gesproken, of eigenlijk moet ik zeggen juist omdat er weinig over werd gesproken, werkt deze geschiedenis vaak nog door in jou, je ouders, ooms, tantes, neven en nichten.
In een van die opstellingsweekenden werd ik gevraagd representant te staan voor een dame die weinig van haar familieverleden afwist, maar ook niet heel erg daarvoor open stond. Ik stond als representant gedachteloos naar een muurschildering te kijken, toen ik haar ineens aan de opsteller hoorde verkondigen: Mijn moeder komt uit Waalwijk en mijn vader werkte voor Philips. Goh, wat toevallig, dacht ik nog. Mijn moeder komt óók uit Waalwijk!
Uiteindelijk bleken haar problemen met haar zus en dochter te maken te hebben met het feit dat de slachtoffers van de tweede wereldoorlog niet waren gezien in het familiesysteem. Philips bleek in de oorlog namelijk nogal een dubieuze rol te hebben gehad met een eigen kampsectie op Kamp Vught. Zodra de slachtoffers de aandacht kregen die zij verdienden, veranderde er iets. De dochter ontspande zichtbaar. Uiteindelijk durfde ook de moeder (die ik vertegenwoordigde) haar te benaderen. Misschien was er toch iets waar zij nog naar mocht kijken, hoe spannend dat ook voelde.
Na afloop van de opstelling werd er gedeeld dat dit verhaal, deze echo van de oorlog, ook in het systeem van alle representanten aanwezig was.
Er was een reden dat je was uitgekozen.
Die avond viel ik uitgeput in slaap om de volgende ochtend omhoog te schieten: Ik stond eigenlijk ook voor mijn eigen moeder.
Die middag dook ik nieuwsgierig in de geschiedenis van mijn opa. Ik ontdekte dingen over de oorlog waar thuis nooit over gesproken werd. Dat onderzoek bracht me dichter bij mijn familiegeschiedenis.
En vooral... dichter bij mijn moeder.
Die avond kon ik niet zomaar naar bed gaan.
Ik stak een kaars aan.
Ik dacht aan alle mensen die tijdens de oorlog waren omgekomen.
Aan mijn opa en oma.
Aan mijn moeder.
En aan alles wat misschien nooit was uitgesproken.
Ik bedankte hen voor het leven dat zij hadden doorgegeven. Ik eerde hun lot. En ik gaf symbolisch terug wat niet van mij was om te dragen.
Voor het eerst voelde ik dat liefde niet altijd betekent dat je de pijn van een ander hoeft mee te dragen. Soms betekent liefde juist dat je die pijn met respect teruggeeft aan degene bij wie ze hoort.
Mijn taak is namelijk om mijn eigen leven te leven.
Wat ik inmiddels wél weet...
Sinds ik met meer zachtheid naar mijn voorouders kijk, kijk ik ook met meer zachtheid naar mezelf. Misschien begint heling daar wel. Niet bij het veranderen van het verleden, maar bij het erkennen dat het er is geweest.
❤️
Reflectievraag
Hoeveel van wat jij draagt... is eigenlijk écht van jou?